“Ik mag zijn wie ik ben en leren wat ik wil “

´Thomashuis´ staat met vrolijk gekleurde letters op het welkomstbord van een verbouwde boerderij met rieten dak net buiten Ruinerwold. Eigenaar Sander Hut (44) heeft de bewoners net opgehaald van hun dagbesteding. De verstandelijk beperkte bewoners worden hartelijk begroet door Sander zijn vrouw Daniëlle (44). Sander en Daniëlle zijn al zes jaar trotse eigenaar van het Thomashuis dat net buiten het Drentse dorp Ruinerwold gevestigd is. “Wij zijn gezin Thomashuis, een samengesteld gezin,” zegt Danielle.

Een Thomashuis is een vernieuwde vorm van zorgen voor volwassen met een verstandelijke beperking. De eigenaren van het Thomashuis hebben zelf een privé gedeelte in het huis, maar ze wonen er nauwelijks. Danielle en Sander vormen de vaste basis, bieden veiligheid en rust. Een van de twee eigenaren moet tevens zelf in de zorg hebben gewerkt, anders mag er geen Thomashuis gerealiseerd worden. De bewonersgroep is divers, er wonen vrouwen en mannen in verschillende leeftijdscategorieën met verschillende verstandelijke beperkingen; zoals epilepsie, verlamming door open ruggetje, meervoudige beperking, Downsyndroom en  microcefalie. _MG_5273De leeftijd van de zeven bewoners van het Thomashuis in Ruinerwold varieert van dertig tot vijftig jaar.

Sander heeft, voordat hij samen met Daniëlle het Thomashuis begon, bij een andere zorginstelling gewerkt. “Ik was altijd maar bezig met de randvoorwaarden. Ik heb hier gewoon tijd voor de mensen. De administratieve rompslomp maakt dat je heel druk bent en niet aan het zorgen voor de mensen toekomt. Wanneer de ouders van de bewoners kwamen zeiden ze altijd: ‘zo, Sander zit ook weer op kantoor.’ Ik haalde er geen voldoening meer uit; ik heb niet geleerd om al het papierwerk te doen, ik heb geleerd om mensen te helpen. Er is in het Thomashuis altijd wel tijd om iets leuks te gaan doen met de bewoners. Dat is het grote verschil, je hebt tijd voor ze,” zegt Sander.

In de grote open woonkamer verzamelen de vermoeide bewoners zich al snel om wat te drinken met elkaar. “Daniëlle? Mag ik nog mee zwemmen vanavond?” Er worden veel dingen ondernomen met de groep. Bob (41) en Henny gaan bijvoorbeeld elke zaterdag een uur stijldansen. Bob doet tevens aan volksdansen. Er worden nog veel meer dingen ondernomen: paardrijden, duo-fietsen en wandelen. Ook gaat de groep en keer in de maand naar een disco voor verstandelijk beperkten.

Vaardigheden en leren

Er klinkt vrolijke popmuziek uit de gang. Muziek is voor de bewoners een uitlaatklep. “Als iemand boos is zeg ik altijd: ‘Ga maar even muziek maken.’ Tien minuten later is diegene weer net zo vrolijk als anders,” zegt Daniëlle . Steven speelt zelfs in de Altiband. “Hij bespeelt de tamboerijn en hij is dan altijd zo in zijn element, je ziet hem dan zo genieten.” Steven komt de woonkamer binnen lopen met een camera in zijn handen. Niemand ontkomt nu nog aan fotograaf Steven. Hij maakt foto’s van iedereen.  “We hebben hem eerste en kleine camera met beeldscherm gegeven, maar omdat hij een heel grove motoriek heeft, kon hij de knopjes niet goed indrukken. Mijn schoonmoeder zei dat ze nog een fototoestel over had, of ik dat aan Steven wilde geven, zij deed er immers niks meer mee. Steven was meteen enthousiast over de camera. Na het maken van foto’s komt hij meteen naar Sander of naar mij toe om te vragen of hij ze op de computer mag zetten en er een diashow van mag maken,” aldus Daniëlle.

“We kijken in het Thomashuis naar wat de interesse van iemand is. We kijken vooral naar wat diegene nog wel kan, niet naar wat hij of zij niet meer kan,” zegt Daniëlle . “Bob zijn ouders en broers wonen dichtbij het Thomashuis in Ruinerwold. Hij weet heel goed de weg; hij hoeft maar een keer ergens te komen en hij weet nog precies hoe hij er komen moet. Toen zijn wij gaan denken: waarom kunnen we hem niet leren lopen naar zijn ouders en broers? _MG_5333Ruinerwold is een klein dorp en je hebt sociale controle. Het enige nadeel zou het verkeer kunnen zijn. Het was bizar om te ervaren hoe snel hij begreep hoe hij bij zijn familie kon komen. Nu gaan we een stapje verder, op vrijdag heeft hij namelijk een vrije dag, we zijn bezig om hem een boodschap te laten doen bij de supermarkt. Deze zit niet heel ver van het Thomashuis af, op loopafstand. Bob moet dan het briefje afgeven aan een van de medewerkers en die gaat dan met hem mee om de boodschappen te verzamelen,” vertelt Daniëlle  trots.

Aan de keukentafel hebben de meesten zich nu verzameld, een aantal van hen is luidruchtig aan de klets, anderen staren bedachtzaam voor zich uit. Sander helpt Harold met drinken. Daniëlle  zegt intussen dat Harold (49) de liefste man met Downsyndroom is die ze kent. “Toen hij nog thuis woonde, liep hij niet veel verder dan van de kast naar de eettafel om vervolgens naar bed te gaan. Ook praatte hij nauwelijks. Op de dagbesteding zeiden ze op een gegeven moment: wat hebben jullie met hem gedaan? Hij praat gewoon hardop. En dan zeiden wij: het ging gewoon vanzelf.” Harold blijft tevens af en toe steken, hij komt niet tot handelen omdat hij in de handeling blijft hangen. “Als hij weet dat hij moet lopen dan weet hij wel dat hij moet lopen, maar dan komt hij eigenlijk niet verder en blijft hij hangen. Wij trekken hem dan mee en dan pas komt bij hem het besef: ‘Oh ja, ik moet lopen’.”

Drie werelden

In het weekend gaan de bewoners van het Thomashuis vaak naar huis. “De bewoners gaan dan eigenlijk uit logeren bij hun ouders. Het Thomashuis is hun thuis,” zegt Daniëlle . De groep leeft eigenlijk in drie werelden: logeren bij de ouders, thuis in het Thomashuis en op de dagbesteding. “ Als ze een weekend bij hun ouders zijn geweest ontvang ik vaak het grootste compliment dat ik ooit kan krijgen. Als ze dan op maandagochtend bij mij_MG_5368 aan tafel zitten en ze wat aan me willen vertellen over hun weekend, noemen ze me af en toe per ongeluk ‘mama’,” aldus Daniëlle .

“We hebben een boekje waar wij in schrijven wat wij met de bewoners gedaan hebben, de begeleiders op de dagbesteding doen precies hetzelfde zodat wij weten wat zij gedaan hebben die dag,” zegt Daniëlle . Vandaag stond er bijvoorbeeld in het boekje van Harold dat hij in slaap was gevallen tijdens het knutselen. “Daar kan ik dan weer grapjes over maken tegen Harold.”

Professioneel gezien zijn Sander en Daniëlle  begeleider, maar in de praktijk zijn ze meer dan dat voor de bewoners. “We vormen samen een gezin en zijn daardoor veel bij elkaar. Ik ben niet de baas,” zegt Daniëlle , “Wanneer ik een belangrijke beslissing moet nemen, dan moet de bazenpet op. Normaalgesproken zijn we allemaal collega’s van elkaar: de dames van de begeleiding en de heren van de vrijwilligers; het zijn allemaal collega’s. Hier in huis zijn we Sander en Daan.” Daniëlle  vertelt: “Het mooiste wat je terug krijgt van de ouders is dat hun kinderen in het weekend hebben gezegd: ‘Morgen ga ik weer naar huis, naar het Thomashuis’.”

_MG_5222

Dit verhaal hebben Fieke de Beuze en ik geschreven in opdracht van Touch Down. We zijn blij met het resultaat. Je kunt het blad vanaf 1 juli bestellen bij de stichting Upside van Down!
De foto’s zijn gemaakt door Jeroen Schaaphok.

Advertenties