Generatie Z

‘Ik moet beter zijn dan de rest’, dat is de gedachte waarmee de huidige twintigers zijn opgegroeid. Ze leven in een prestatiemaatschappij, waarin je als individu probeert om jezelf zo goed mogelijk te positioneren in de samenleving door goede resultaten te behalen. Door bijvoorbeeld mooie cijfers te halen op school of extra uren te maken op de werkvloer, wil deze generatie twintigers het beste uit zichzelf halen. De twintigers van deze generatie houden ervan om de touwtjes in handen te hebben, ze zijn gek op hun vrijheid. Omdat ze zo met zichzelf bezig zijn, staat het vinden van liefde op de tweede plaats. Een goede uitkomst voor deze generatie zijn datingapps als Tinder en Happn. Deze apps laten de twintiger zien dat zij er mogen zijn, het is makkelijk om snel contact te leggen en het is vrijblijvend. Het helpt de twintiger die kampt met faalangst: de angst om niet goed genoeg te zijn. Niet alleen kennen zij deze angst in de liefde, ook ervaren zij dit op het gebied van school en werk. Uit de angst om te falen ontstaat keuzestress, de twintiger van nu vindt het moeilijk om levensbepalende keuzes te maken. De stress die deze generatie ondervindt, kan resulteren in burn-out ’s of depressies.

Ben je geboren tussen 1993 en 2009? Dan behoor je tot Generatie Z. Deze generatie wordt ook wel de Grenzeloze- of de Rupsje Nooitgenoeg generatie genoemd. Grenzeloos is deze generatie in het opnemen van informatie en hun verwachtingen van wat de samenleving voor hen kan betekenen. Het is een generatie die hoge eisen stelt, daarom wordt het ook wel Rupsje Nooitgenoeg genoemd. De wereld van deze generatie draait om internet, alles speelt zich online af: vriendschappen, het verzamelen van informatie en ontspanning. De leeftijd van deze generatie ligt tussen de 8 en 23 jaar, een groot leeftijdsverschil. In totaal gaat het om 846.290 twintigers: 429.786 mannen en 416.506 vrouwen.

Generatie Z

Zelfontplooiing in een prestatiemaatschappij

Van de huidige twintigjarigen gaat 75 procent naar school, van de huidige 23-jarigen gaat 48 procent nog naar school. Generatie Z heeft twee belangrijke eisen als het gaat om scholing: ze willen dat de studie leuk is en ze willen een goed gevoel hebben bij datgene wat zij kiezen. Aart Bontekoning, generatiesocioloog, ziet dat ze een klik moeten hebben met medestudenten, de studie en de school. “Ze moeten zich er thuis voelen, zich vrij voelen en zich gestimuleerd voelen door klasgenoten en de docent.” Bontekoning stelt dat het idee dat generatie Z met niets anders genoegen neemt dan de top, niet waar is: “Deze generatie wil niet per se telkens een hoger niveau halen op school. Wat ze wel willen is het beste uit zichzelf halen en daarbij maakt het niveau niet uit.” Ze willen volgens hem het talent dat ze hebben, zo goed mogelijk benutten. Het is een generatie die uit is op een goede zelfontplooiing.

“Mensen zijn heel blij met je als je een acht haalt, maar haal je een zes dan is dat niet goed genoeg”

Wat volgens filosoof Toske Andreoli wel zo is, is dat jongeren tegenwoordig het idee hebben beter te moeten zijn dan anderen, er heerst een prestatiemaatschappij en een prestatiedruk op jongeren. “Mensen zijn heel blij met je als je een acht haalt, maar haal je een zes dan is dat niet goed genoeg”, zegt Andreoli. “In Nederland geldt een zes als een voldoende, als we het geen voldoende vinden dan moet daar wat aan gebeuren.” EenVandaag deed onderzoek naar prestatiedruk onder 949 scholieren en 1279 studenten en daaruit bleek dat 78 procent van hen een hoge prestatiedruk voelt. Andreoli vindt het belangrijk om de prestatiedruk te verminderen, zodat jongeren minder stress hebben en minder concurrentie ervaren in hun leven. Volgens haar kun je dat bijvoorbeeld doen door minder prestaties te becijferen op school: “Dat er alleen wordt gezegd dat je het gehaald hebt of niet, zonder er een cijfer aan te hangen waardoor je je minderwaardig kunt voelen.” Het studieklimaat moet volgens haar veranderd worden: Ze vindt dat er meer contacturen moeten komen, dat studenten elkaar minder als concurrent moeten zien en dat elke student veel aandacht krijgt van een docent. “Dat als je niet komt opdagen, er geen leeg hokje bij je naam achterblijft, maar dat er gevraagd wordt waar je was.” Studeren moet meer op elkaar gericht zijn. “Minder elkaars concurrent en meer elkaars steun.”

Zelfontplooiing is dus erg belangrijk voor deze generatie, daarbij maakt niveau niet uit. Echter is er onderling veel concurrentie te zien bij deze generatie, waardoor zij het gevoel heeft hogere cijfers te moeten halen en beter te moeten presteren dan anderen.

Rosa (21) vindt het halen van een acht niet hoog genoeg: “Alleen met een negen of hoger ben ik echt tevreden.” Deze druk legt ze zichzelf op omdat ze Frans studeert en zelf uit Frankrijk komt. “Als ik een zes haal, probeer ik mezelf te verdedigen door te zeggen: het is een vervelend vak, ik heb te veel gewerkt de laatste tijd of ik zeg dat ik veel aan mijn hoofd heb.” Afgelopen studiejaar kreeg ze slechts drie cijfers terug die niet voldeden aan haar ideaalbeeld: “Ik heb drie keer een acht gehaald.”Wanneer ze een cijfer haalt dat zij Rosaniet goed genoeg vindt, vertelt ze het niet graag aan anderen. “Ik vertel het alleen aan goede vrienden omdat ik weet dat zij mij steunen.” Een van die goede vrienden zit bij haar in de klas en zij weet haar dan ook altijd op te beuren: “Ze pept me op door te zeggen: Kijk hoeveel mensen een onvoldoende hebben, jij hebt alsnog een acht”, lacht Rosa. Eigenlijk weet ze dat het een gekke gedachte is om een acht niet goed genoeg te vinden, maar als Franse wil ze laten zien dat zij haar moedertaal compleet beheerst: “Het is hetzelfde als Nederlanders Nederlands gaan leren op basisniveau, dan wil je toch ook de beste zijn?”Ze beschouwt haar medestudenten als concurrentie, ze wil laten zien dat zij beter is dan de anderen: “Ik ben altijd blij als ik een hoger cijfer haal dan anderen, dan weet ik dat ik de beste ben.”

Jobhoppen en levels vooruit

Generatie Z is de jongste generatie op de werkvloer. Het is een generatie die heel erg aarzelt voordat ze een baan aanneemt. Pieter Paul Verheggen, directeur van onderzoeksbureau Motivaction, stelt dat als hij een gesprek met een sollicitant heeft, deze vaak nog even wil nadenken over of hij het wil of niet. “Een aantal decennia terug, zeiden jonge mensen: ‘Wat fijn! Zal ik maandag beginnen?’. Nu zeggen ze: ‘Ik denk er nog even rustig over na, ik wil een goede beslissing nemen.” Lisanne van Neer, communicatiemedewerker bij uitzendbureau Timing, ziet dat niet alle jongeren erg aarzelen om een baan aan te nemen. Het ligt eraan hoe noodzakelijk het is. “Als een jong persoon nog studeert en het geld niet hard nodig heeft, zie je dat hij of zij erg kieskeurig is en dan gaat voor een baantje dat hem of haar ook echt aanspreekt.” Als de nood hoog is, ligt de prioriteit bij het verdienen van geld en niet bij de funfactor, analyseert Van Neer.

Op de werkvloer is generatie Z heel autonoom volgens Jos Ahlers, schrijver van het boek ‘Generatie Z. En de vierde (industriële) revolutie’, waarvoor hij veel onderzoek naar de generatie heeft gedaan. Volgens Ahlers bewegen deze jongeren zich op de werkvloer als ware in een game. Daar bedoelt hij mee: Ze gaan met kleine stapjes (levels) vooruit. “Ze gaan samen op zoek naar oplossingen voor problemen zodat ze naar het volgende level komen of de missie uitspelen”. Zo gaat het volgens hem ook op de werkvloer: Leren van anderen, leren met anderen, experimenteren, fouten maken, onderuitgaan, je leven verliezen en weer opnieuw beginnen. “Tegelijkertijd is generatie Z ook realistisch en optimistisch. Je moet hard werken om wat te bereiken in deze wereld, dat weten zij”, signaleert Ahlers.

Volgens Verheggen stelt generatie Z hoge eisen bij aanvang op een voor hen nieuwe werkvloer. “Jongeren verwachten dat ze na een jaar allerlei cursussen en opleidingen mogen doen en dat ze salarisverhoging krijgen.” Als je als werkgever dan uitlegt dat dat niet kan of niet de bedoeling is, nemen ze ontslag. Ze weten dan niet wat ze vervolgens gaan doen, maar nemen het risico om weg te gaan omdat ze vinden dat ze ondergewaardeerd worden. “Wat je ziet is dat er voor deze generatie zoveel mogelijkheden zijn en dat ze zoveel eisen stellen, dat ze minder lang vastzitten aan een baan”, aldus Verheggen. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten zien dat 82 procent van de twintigjarigen geen vaste baan heeft, 73 procent van de 23-jarigen heeft geen vaste baan. Dit komt omdat dat in deze tijd ook niet meer reëel is. Filosoof Simon Gusman beaamt dat en ziet dat twintigers veel jobhoppen. “Natuurlijk is er het feit dat er tegenwoordig veel met tijdelijke contracten wordt gewerkt, dat zorgt ervoor dat ze niet anders kunnen.” Los daarvan merkt Gusman dat er weinig twintigers zijn die denken: ‘Ik ben nu begin twintig en ga een baan vinden die ik tot mijn pensioen ga uitvoeren’. “Ze kunnen niet vaak vastigheid krijgen, maar willen dit ook niet”, zegt Gusman stellig.

Er zijn weinig twintigers die denken: ‘Ik ben nu begin twintig en ga een baan vinden ie ik tot mijn pensioen ga uitvoeren’ 

Wat ook meespeelt is het feit dat begin twintigers vaak niet weten wat voor werk zij zouden willen gaan doen. Dat ziet ook Lisanne van Neer. “Oudere mensen zijn zich wat bewuster van wat ze kunnen en willen”. Daarentegen hebben jongeren meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt: De keuze op het gebied van werk is voor jongeren groter dan voor ouderen. “Werkgevers hebben eigenlijk het liefst een zo jong mogelijk iemand met zo veel mogelijk ervaring”, zegt Van Neer. Op het gebied van motivatie voor een baan, verschilt het per persoon, ook bij generatie Z. Maar, wat Van Neer wel ziet bij Timing, is dat wanneer iemand op oproepbasis werkt en wanneer iemand veel van baan wisselt bij het uitzendbureau, deze mensen minder inzet tonen en minder motivatie hebben voor een baan dan wanneer mensen uitzicht hebben op werk voor langere periode.

Twintigers stellen hoge eisen aan hun werknemer. Ze verwachten dat als zij zich voor honderd procent inzetten, dat zij daar een beloning voor krijgen. Het is een generatie die stap voor stap vooruit beweegt op de werkvloer en ze werken graag samen met anderen. Er wordt veel met tijdelijke contracten gewerkt, maar twintigers vinden dat helemaal niet erg; zij zien zichzelf niet tot hun zeventigste bij dezelfde baas werken. Ze willen op dat gebied geen vastigheid.

Lisa (23) houdt van afwisseling in haar werkzaamheden, ze verveelt zich snel wanneer ze telkens hetzelfde moet doen. Ze werkt bij pr-bureau GLOW en heeft daar een hbo-functie. “Ik ben begonnen op het vwo, maar heb dit niet afgemaakt door omstandigheden. Ik ben via de havo naar het hbo gegaan, maar het is echt te makkelijk voor mij.” Lisa bleef na haar stage hangen bij het pr-bureau en werkt er in september al twee jaar. “Ik heb nog nooit zo lang bij hetzelfde bedrijf gewerkt.”Lisa

Ze staat positief tegenover tijdelijke contracten: “Als iemand mij nu een baan aan zou bieden tot mijn pensioen, zou ik direct nee zeggen. Ik word alleen al zenuwachtig van het idee om zo lang vast te zitten aan iets.” Haar huidige werkgever wil haar niet vast in dienst nemen, maar wil haar een freelance contract van een half jaar aanbieden. “Ik vind dat best moeilijk: aan de ene kant vind ik het wel fijn om een beetje vastigheid te hebben, in plaats van zekerheid voor een paar maanden. Aan de andere kant houd ik heel erg van flexibiliteit en afwisseling.”

Daarom wil Lisa nu als Freelance Communicatiemedewerker aan de slag. “Als ik het freelance contract van GLOW PR aanneem, kan ik daarnaast nog aan het werk bij andere werkgevers.” Ook kan ze zo zelf bepalen welke werkzaamheden haar aanspreken. “Op die manier creëer ik een afwisselende werkomgeving voor mezelf, zo kan ik ervoor zorgen dat ik me niet ga vervelen.” Ook vindt ze het interessant om te leren hoe ze een goede ondernemer kan zijn: “Je moet telkens je eigen werk vinden, daar ligt ook een uitdaging.”

Swipen om de liefde te vinden

Van de twintigjarige jongeren heeft 93 procent geen vaste relatie, bij de 23-jarigen is dat 76 procent. Dat heeft volgens filosoof Simon Gusman te maken met de mate van keuzevrijheid die we onszelf gunnen. “We willen steeds meer vrijheid hebben. Je moet zo veel mogelijk keuzes hebben en zo veel mogelijk dingen doen.” Waardoor er dus eigenlijk een drang ontstaat om vrij te zijn. Gusman stelt dat als je kiest voor een lange relatie, je eigenlijk nee zegt tegen misschien wel een hoop korte relaties. “Het lijkt erop dat hoe vaker je kiest, hoe meer keuzevrijheid je hebt en dat betekent dat je vrijer bent.” Hij zegt echter niet dat lange relaties aan gaan niet goed is: “Het is juist belangrijk als mensen lange relaties aangaan.” Maar Gusman bekijkt het nuchter en stelt dat het voor de één wel werkt en voor de ander niet. Hij denkt dan ook dat datingapps als Tinder een uitkomst is voor deze generatie: “Zonder binding en zonder misschien ook de moeite die je er vroeger in moest steken, kun je partners vinden. En je kunt ervoor zorgen dat het vrijblijvend blijft, als je daar behoefte aan hebt.”

“We willen steeds meer vrijheid hebben. Je moet zo veel mogelijk keuzes hebben en zo veel mogelijk dingen doen.”

Datingapps als Tinder en Happn zijn populair bij begin twintigers. In totaal zijn er in Nederland 2,7 miljoen Tindergebruikers gebruikers. Het is zo gemakkelijk om vanuit je luie stoel op zoek te gaan naar de liefde. Er wordt op Tinder naar links (afwijzing) en rechts (like) geswiped en er wordt soms wel met vijf mensen tegelijk gepraat. Volgens psychologe Natascha Maas is het zo dat deze generatie met meerdere personen een band probeert op te bouwen, omdat zij bang is om in de steek gelaten te worden. Jongeren zijn bang voor eenzaamheid en ze zijn bang om afgewezen te worden, blijkt uit onderzoek van 1Vandaag. “Als je met vier mensen tegelijkertijd praat en er haakt er één af, dan heb je er nog drie over en is de kans dat je in de steek gelaten wordt veel kleiner”, schetst Maas.

Maas zegt dat het vinden van liefde er twintig jaar geleden heel anders aan toe ging. “Je ontmoette iemand en daarmee ging je één op één daten. Vervolgens ging je kijken hoe het zich ontwikkelde.” Als twintigers van nu iemand ontmoeten, blijven zij vrij om te doen en te laten wat ze willen totdat ze afspreken dat ze een stelletje zijn. “Je moet tegenwoordig uitspreken dat je monogaam bent, twintig jaar geleden was iedereen monogaam.” Aan de ene kant stelt Maas dat het positief is dat deze generatie er op deze manier over denkt: Je kiest voor elkaar op het moment dat je er klaar voor bent om je te binden met iemand. Aan de andere kant vindt ze het allemaal vrijblijvend. “Iedereen heeft een behoefte aan een bepaalde zekerheid en een bepaalde stabiliteit, alleen lijkt dat in de liefde steeds minder te worden”, ziet ze. Wanneer er onzekerheid binnen een relatie optreedt, kan het zijn dat de vrijheid beperkt wordt. Soms wordt een partner namelijk afhankelijk en doet deze alles om de ander te behagen en de relatie te redden, volgens het Gezondheiscentrum. De twintiger van nu wordt niet graag beperkt in zijn of haar vrijheid.

Jezelf vergelijken met anderen op Social Media

Generatie Z is uniek omdat zij zich geen wereld zonder internet en sociale media kunnen herinneren. Zij weten niet anders dan dat iedereen met elkaar verbonden is. Zij zijn de eerste generatie die opgroeide in het besef dat je direct met elkaar kunt communiceren in tegenstelling tot uitgestelde communicatie door middel van brieven, weet generatie Z-expert Jos Ahlers. “Voorgaande generaties moesten altijd één op één contact hebben, anders konden zij niet communiceren: Zij moesten naar elkaar toe of moesten elkaar bellen”, zegt Ahlers. Hij stelt dat generatie Z geleerd heeft altijd en overal met iedereen te kunnen communiceren, de tijd en plaats is niet meer relevant.

Via Social Media communiceren jongeren direct of indirect met elkaar. Ze plaatsen foto’s of teksten op hun tijdlijn of sturen elkaar een berichtje via Messenger of WhatsApp. Volgens cijfers van het CBS, maakt de helft van de jongeren tussen de 18 tot en met 25 jaar per dag een tot drie uur gebruik van de Social Media. De voornaamste reden hiervoor is in contact blijven met familie en vrienden. Jongeren die een studie op hbo- en universitair niveau doen, gebruiken het ook om te kijken wat anderen doen en om niks te missen van wat er in de wereld speelt. Michiel Jongsma, psycholoog, ziet dat het feitelijk aantal binnenkomende berichten sterk is toegenomen de afgelopen jaren. “Iedereen kan elkaar gemakkelijk bereiken, dat is positief. Echter zit er ook een keerzijde aan: Je moet jezelf grenzen stellen.” Hij bedoelt daarmee dat niet iedereen het kan verdragen om bijvoorbeeld een uur lang in de bibliotheek van de hogeschool of universiteit te leren voor een tentamen, zonder op de telefoon te kijken. Begin twintigers zijn verslaafd aan de constante stroom van berichten en informatie. “Je moet jezelf eigenlijk trainen op zelfbeheersing en tegen jezelf zeggen: Elke dag moet ik mijn telefoon twee uur lang aan de kant leggen.” Volgens het CBS zijn jongeren zich ook bewust van de negatieve invloeden van Social Media: Twintig procent van de jongeren tussen de 18 en 25 stelt dat Social Media een negatieve invloed heeft op school of studieresultaten. Ook heeft het een negatieve invloed op de concentratie, zegt 44% van hen.

“Als jij op Facebook ziet dat iemand cum laude is afgestudeerd, een wereldreis heeft gemaakt of gewoon een heel mooie en goed gelukte foto van zichzelf heeft gemaakt, dan is je eerste reactie eerder dat het pijn doet, dan dat je heel blij bent voor iemand.”

Een andere reden voor Generatie Z om Social Media te gebruiken, is om zichzelf te vergelijken met anderen. Vaak kijken ze dan naar mensen die het beter voor elkaar hebben dan zijzelf. Jongsma: “Maar de vraag is of deze mensen het wel goed voor elkaar hebben, we zien namelijk alleen maar de buitenkant”. Je ziet de berichten die je vrienden plaatsen en de foto’s die zij maken en daarop baseer je het oordeel dat hun leven perfect is. Maar eigenlijk kom je er niet achter in hoeverre iemands leven echt perfect is, gewoonweg omdat we geen negatieve berichten posten op Social Media, stelt Jongsma. Niemand is gewend om negativiteit te zien op internet: Echtscheidingen of de dood van een belangrijk familielid komt niet voor op Facebook. “Misschien zou het een aardig idee zijn om dat wel te doen. Om zo een reële kant van het leven te laten zien”, schetst Jongsma. Iedereen gaat een bepaalde portie ellende meemaken, voor de een is het net wat groter dan voor de ander. Dat is normaal, zegt de psycholoog. Toske Andreoli, filosoof, sluit zich daarbij aan. Echter ziet zij ook dat er een kleine gunfactor is bij deze generatie begin twintigers. “Als jij op Facebook ziet dat iemand cum laude is afgestudeerd, een wereldreis heeft gemaakt of gewoon een heel mooie en goed gelukte foto van zichzelf heeft gemaakt, dan is je eerste reactie eerder dat het pijn doet, dan dat je heel blij bent voor iemand.” De inspiratie voor dit standpunt haalde ze uit het boek “De wereld aan je voeten”, een boek dat gaat over illusies uit het leven van twintigers.

Een gevaar van Social Media is de privacy. Jos Ahlers stelt dat begin twintigers zich niet bewust zijn van hun privacy. “Wat je ziet is dat zij de privacy zien als een optie die je aan of uit kan zetten, het is maar net waar je zin in hebt”, zegt hij. En dat terwijl de voorgaande generaties juist geleerd hadden dat verlies aan privacy levensgevaarlijk is: Er zijn in Nederland buitengewoon proportioneel veel joden afgevoerd naar concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog omdat wij de best georganiseerde gemeentelijke administratie hadden, weet Ahlers. “In Nederland wisten we precies wie iedereen was en waar iedereen woonde, dat heeft de Duitsers heel erg geholpen.” De naoorlogse generaties leerden daarom dat privacy een van de beste verdedigingsmechanismen waren. De jongste generatie is dit volgens Ahlers helemaal vergeten. “Zij groeien op in een wereld die zegt: Sharing is caring”. Iedereen moet alles van elkaar kunnen weten. Altijd en overal. Het heeft ook voordelen dat generatie Z niet goed omgaat met de privacy: Als alles transparant is, zijn er geen achterkamertjes. Er kan nooit iets verborgen worden, dat is positief. Ahlers: “Je ziet dat jongeren van generatie Z neigen naar de argumenten over transparantie en niet kijken naar het verhaal over de oorlog.” Volgens de website van de Commisie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kunnen de op de Social Media gepubliceerde persoonsgegevens door derden worden gebruikt voor allerlei doeleinden. De gevaren die daarbij komen kijken zijn: identiteitsdiefstal, financiële uitbuiting, minder concurrentievermogen of minder arbeidsmogelijkheden. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat een potentieel werkgever op jouw Facebookpagina kijkt en een foto ziet waarop je in de bosjes aan het overgeven bent na een feestje en hij je daarom niet aanneemt.

Young Health Movement, een collectief van jongeren in samenwerking met organisaties die jongeren bewust wil maken van volksgezondheid, ging in Engeland de straat op om aan 1500 jongeren vragen te stellen over Social Media.

Social Media zijn niet meer weg te denken in het leven van generatie Z. Ze chatten, liken en delen op de sociale kanalen. Ze staan 24 uur per dag in contact met hun vrienden, familie en kennissen. Er zit ook een keerzijde aan het fulltime online leven, namelijk: verslaving. Generatie Z vindt het moeilijk om de telefoon even weg te leggen en iets anders te gaan doen. Wat ook gebeurt, is dat deze generatie zichzelf vergelijkt met anderen die het veel beter voor elkaar hebben. Dat is echter maar schijn, want op de Social Media zien we alleen de positieve berichten, dit is dus niet reëel. Tevens denkt generatie Z niet aan hun privacy op de Social Media, de ‘privacy knop’ staat meestal uit.

Kiezen voor wat je leuk vindt

Begin twintigers hebben veel keuzes: Qua opleiding, mobiliteit en relaties bijvoorbeeld. Psycholoog Michiel Jongsma stelt dat het mooi is dat er zoveel keuzes zijn, anderzijds legt deze hoeveelheid aan keuzes ook een druk op mensen. En deze keerzijde kan stress veroorzaken. “Jonge mensen hebben heel hoge verwachtingen, vooral van zichzelf”, stelt Jongsma. Ze moeten voor zichzelf aan een bepaalde norm voldoen en ze weten dat anderen bepaalde verwachtingen van ze hebben. Maar keuzestress hoeft niet alleen te maken te hebben met levensbepalende keuzes. Philippe Delespaul, hoogleraar innovaties in de geestelijke gezondheidszorg, ziet dat onze cultuur veel complexer is geworden waardoor er constant keuzes gemaakt moeten worden die twintig jaar geleden nog niet gemaakt moesten worden. “Er was toen maar één tv-zender. Je had de keuze of je keek of niet, dat was het. Tegenwoordig zijn er soms wel honderd tv-zenders, wat moet je dan kijken?”, vraagt Delespaul zich af. Ook door keuzes die niet van levensbepalende aard zijn, kan stress ontstaan.

Generatie-expert Pieter Paul Verheggen zegt dat de Social Media en internet een grote rol spelen bij keuzestress. “Je kunt alle informatie tot je nemen en je kunt zien wat er allemaal mogelijk is in het leven, doordat zij voortdurend geïnformeerd worden door de levens van anderen”, schetst Verheggen. Het is dan veel moeilijker om je eigen pad te bepalen en om dus je eigen keuzes te maken. “De begin twintigers van nu weten niet meer zo goed wie ze zijn en waar ze bij horen.” Hij denkt niet dat generatie Z daadwerkelijk meer keuzes heeft dan de voorgaande generaties. Volgens hem gaat deze generatie minder goed om met keuzes die ze moeten maken, ze maken het te zwaar en kunnen minder goed tegenslag accepteren dan voorgaande generaties.

“De begin twintigers van nu weten niet meer zo goed wie ze zijn en waar ze bij horen.”

Een andere oorzaak van keuzestress is het feit dat twintigers van nu zich steeds meer in een etalage plaatsen op Social Media. Jongsma:  “Alleen de succesvolle kanten worden geprofileerd op deze kanalen, jongeren krijgen zo een vervormd beeld van de werkelijkheid.” Je krijgt al snel een bepaald beeld van je twintigjarige leeftijdsgenoten: Iedereen is succesvol, heeft een goede baan, reist veel en heeft een dynamisch sociaal leven. Dat vind je als jongere geweldig en je verwacht dan van jezelf dat jij dat ook moet gaan doen. “Het is een norm voor het leven en als je deze norm niet haalt, heb je gefaald.” Terwijl fouten maken bij het leven hoort. Jongeren zien de wereld als een maakbare wereld: Je moet zelf de slingers ophangen. Ook Verheggen stelt dat jongeren de maakbaarheid van het bestaan inzien: “Als jij vindt dat je wenkbrauwen lelijk zijn: Laat je ze epileren. Als jij vindt dat je wenkbrauwen lelijk zijn, laat je ze epileren. Als je vindt dat je oogleden een beetje hangen, laat je ze liften, de maakbaarheid van de samenleving is heel erg hoog”, zegt hij. Door de maakbaarheid van de wereld van nu, lijkt iedereen genoodzaakt om er perfect uit te zien. Dit geeft de twintigers van nu stress.

Een derde oorzaak van stress is dat begin twintigers op zoek gaan naar dingen die zij ‘het leukst’ vinden. “’Ook wel leuk’ is niet meer genoeg voor deze generatie”, ziet Verheggen. Hij zegt dat bij de generaties voor generatie Z, ouders ook nog veel keuzes voor hun kinderen maakten. “Je hoorde je op een bepaalde manier te gedragen en je moest bepaalde dingen doen. Je ziet dat generatie Z veel eigenzinniger is en veel meer eigen keuzes maakt, maar dat levert ook weer stress op”, aldus Verheggen. Ook Delespaul merkt dat: “Een complexere maatschappij met veel meer opties en keuzes zorgt ervoor dat het aantal jongeren met psychische klachten aan het stijgen is”. Levensomstandigheden en je genen zijn daarvoor ook medebepalend, zegt hij. Door al deze keuzestress en de angst om het niet goed genoeg te doen, kan een burn-out of depressie ontstaan. Newcom deed recent onderzoek naar psychische klachten onder jongeren: 43% van de jongeren tussen de 13 en 24 jaar stelt last te hebben van psychische klachten als: slecht slapen, je angstig of somber voelen of problemen hebben met eten. Volgens cijfers van het CBS had in 2016 negen procent van de Nederlandse twintigers te maken met een depressie, in 2014 was dit zeven procent. In 2016 had ruim tien procent van de werkende jongeren tussen 15 en 25 jaar last van burn-out klachten volgens het CBS. In 2015 was dit nog een kleine acht procent.

Psychische klachten

Bij een burn-out is vermoeidheid de hoofdklacht. Je hoofd wil nog doorgaan, maar je lichaam zegt: Stop. Het is een lichamelijke uitputting. Een depressie gaat gepaard met een verstoord zelfbeeld. Dat je denkt: Ik voel me moedeloos en niemand zit op mij te wachten. Juul ten Berg, psychologe: “Van kinds af aan leer je al dat wanneer je een negatief zelfbeeld hebt, je maar erg goed je best moet doen, zodat anderen je wel goed genoeg vinden.” Volgens haar kan je dit lang volhouden, maar is een keer de maat vol: Je hoofd kan het dan niet meer aan en maakt een soort kortsluiting en er ontstaat een depressie. En dan is het te laat. CSR (Chronische Stress Reversal) coach Leonie Bakker omschrijft het ontstaan van een burn-out als volgt: “De mens is gemaakt om regelmatig aan en uit te staan. Als je nooit uit gaat, dan gaat het een keer mis.” Dan maakt leeftijd niet uit, ook begin twintigers moeten regelmatig uit staan. Ten Berg zegt dat jongeren meer rustmomenten moeten inbouwen: “Ze hebben een druk leven: vijf dagen werken, thuis aan de slag, sociale contacten onderhouden en sporten. Er is nooit een moment van complete rust en dat zorgt ervoor dat ze gevoelig zijn voor burn-out ’s en depressies.”

“Van kinds af aan leer je al dat wanneer je een negatief zelfbeeld hebt, je maar erg goed je best moet doen, zodat anderen je wel goed genoeg vinden.”

Michiel Jongsma werkt als psycholoog veel met studenten en ziet dat depressiviteit bij deze groep hedendaags ontstaat door de druk die op ze gelegd wordt: “Dat komt mede doordat de studietijd is verkort in vergelijking met twintig of dertig jaar geleden. Toen kon je nog zeven of acht jaar studeren”, aldus Jongsma. Ook de financiële druk is volgens hem groter. Vooral nu de studiefinanciering is afgeschaft door de overheid. Filosofe Toske Andreoli beaamt dat en stelt dat het ook te maken heeft met dat je studeren in je eentje moet doen. “Er zijn weinig contacturen bijvoorbeeld, dus het kan al heel lang niet goed gaan zonder dat school merkt dat een leerling een depressie of burn-out heeft ontwikkeld.” Jongsma ziet ook dat begin twintigers depressiviteit ontwikkelen als ze merken dat ze de verkeerde keuze hebben gemaakt (op het gebied van hun studie). “Ze stellen zichzelf teleur en denken dat ze hun ouders ook teleurstellen.” Maar tegenwoordig moet je al op zo’n jonge leeftijd kiezen welke kant je op wil in het leven, dat het niet gek is dat er een verkeerde keuze gemaakt wordt. “Jongeren hebben vaak het idee dat een keuze allesbepalend is, terwijl dat in werkelijkheid natuurlijk niet zo is: Met een omweg kom je ook waar je zijn wilt”, zegt Jongsma.

Niet alleen op school, ook op het werk ontstaan stressvolle situaties waardoor begin twintigers burn-out ’s en depressies ontwikkelen. Generatie-expert Aart Bontekoning ziet dat het deels aan de werkgevers van deze jongeren ligt: De bazen van de begin twintigers, zijn meestal mensen die kinderen van begin twintig thuis hebben zitten. “Thuis communiceren ze heel open met ze, zijn ze gelijkwaardig, is er geen hiërarchie en stimuleren ze de kinderen om te doen wat bij ze past”, zo schetst Bontekoning. En als ze op het bedrijf komen, zijn ze juist hiërarchisch en formeel. Volgens de generatie-expert gaat het daar mis: “De begin twintigers willen op dezelfde manier aangesproken worden als thuis, zonder gedoe.” Volgens hem is dit de voornaamste reden dat jonge werknemers burn-out ’s en depressies ontwikkelen op de werkvloer. Wat volgens hem ook meespeelt zijn de oudere collega’s die op de werkvloer rondlopen, die zeggen: Jonkie, doe het op onze manier, zo deden wij het namelijk altijd. “Wat die collega’s niet weten, is dat deze methoden vaak verouderd zijn.” De huidige generatie twintigers is niet voorbereid op commentaar van collega’s die al langer in het vak zitten. Zij hebben geleerd dat het op een bepaalde manier moet en verwachten niet dat collega’s op een andere manier werken. Als de jongeren hierin meegaan en dingen gaan doen waarvan zij denken: Dit voegt niets toe, dan neemt dat hun energie weg: Ze werken niet meer met plezier en dan ontwikkelt zich een burn-out of depressie.

CSR-coach Leonie Bakker, die tevens een eigen psychologie praktijk heeft, stelt dat ze het aantal jongeren met depressies en burn-out ’s ziet groeien in haar praktijk. “Zestien jaar geleden kwamen alleen mannen van veertig en vijftig jaar bij mij, mannen die al lang veel te hard hadden gewerkt; Nu komen er zelfs tieners met burn-out klachten naar me toe.” Volgens haar is het probleem dat deze jongeren slechts één rol hebben in hun leven. Ze studeren of ze werken. “Naar mate je meerdere rollen vervult in je leven, is dat een goede bescherming tegen het plegen van roofbouw op jezelf”, aldus Bakker. Wanneer je student bent en alleen maar leert en feest en ook nog het voorzitterschap van de studentenvereniging op je takenlijst hebt staan, vervul je maar één rol. Er zit dan geen stop op de werkzaamheden: Het gaat dag en nacht door. Dan pleeg je roofbouw. Wanneer je twee rollen hebt: Je hebt een partner en je werkt, dan kan je niet de hele dag je eigen ding doen. Je hebt een partner en daar heb je bepaalde afspraken mee: Je eet samen of spreekt af dat je op een bepaalde tijd thuis bent. Dit is volgens Bakker een bescherming omdat je dan niet 24 uur per week met je werk of school bezig bent. Volgens haar biedt het hebben van kinderen nog meer bescherming: “De kinderen moeten naar school en moeten een keer opgehaald worden, er moet gekookt worden en zij moeten een keer naar bed. Je moet dan dus thuis zijn en dan kun je niet altijd werken, je hebt een verantwoordelijkheid naar je kind toe.” Deze bescherming ontbreekt bij twintigers en de huidige twintigers verliezen zich compleet in hun studie of werk. Hierdoor ontwikkelen zij sneller een burn-out of depressie dan de generaties voor hen.

Geconcludeerd kan worden dat Generatie Z een eigengereide generatie is. Ze verwachten veel van zichzelf en denken dat anderen dezelfde verwachtingen van hen hebben. Daarom hebben zij angst om te falen en angst om niet goed genoeg te zijn. Op school resulteert dat in het halen van hoge cijfers, ieder op zijn of haar eigen niveau. Een zes is niet goed genoeg voor deze generatie. Op de werkvloer zijn ze autonoom, ze weten precies wat ze willen en hoe ze dat willen bereiken. Dit doen zij door kleine stappen te nemen. Niet alleen, maar samen met andere collega’s. De liefde vinden ze via apps op de telefoon: ze swipen van links naar rechts om de ware te vinden en praten soms met vier mensen tegelijk om zo te zorgen dat als één persoon wegvalt, er nog drie over zijn en zij niet alleen komen te staan. Maar niet alleen worden deze apps gebruikt om de ware liefde te vinden, het wordt ook gebruikt om vrijblijvende relaties aan te gaan. Vrijheid is namelijk iets waar deze generatie erg op gesteld is. Ze willen zelf zo veel mogelijk keuzes kunnen maken. Maar de hoeveelheid keuzes die deze generatie heeft zorgt ook voor stress: keuzestress. Het is voor deze generatie moeilijk om levensbepaalde keuzes te maken en niemand teleur te stellen met de keuzes die zij maken. Deze keuzestress en de angst om te falen kunnen leiden tot depressies en burn-out ‘s. Jongeren zijn continu bezig met hun studie of hun werk. Ze zitten bijna nooit een avond op de bank om bij te komen en even rust te nemen. Generatie Z is een generatie die wil knokken voor de eigen toekomst, maar bang is dat wat zij kiezen niet goed genoeg gevonden zal worden.

Dit informatieve verhaal was het hoofdbestanddeel van mijn afstudeerproductie aan hogeschool Windesheim. Voor de uiteindelijke productie werd ik beloond met een 7,8. 

Advertenties

Samen ‘vooruit’ in plattelandsdorp

Een strijd voeren tegen iets wat je niet zelf in de hand hebt. Dat is onbegonnen werk. Toch probeert ‘krimpwethouder’ Patricia Hoytink-Roubos alle aspecten aan te pakken om de leefbaarheid in de kernen van haar gemeente te behouden. “We hebben vooral te maken met ontgroening in de gemeente. Jongeren gaan elders studeren, gaan op kamers en krijgen een heel ander leven. Je moet dan wel een dusdanig goede band met deze streek hebben om terug te keren,” stelt de 44-jarige wethouder van onder meer demografie.    

In Beltrum, een dorpje van nog geen drieduizend inwoners  dat in de gemeente Berkelland ligt, is echter wel een heel sterke binding aanwezig. Leo Te Woerd (66) is er geboren en getogen. “Het sociale contact is hier echt heel belangrijk. Iedereen kent elkaar en iedereen helpt elkaar.” Ook Lissa Pape (26) groeide op in Beltrum en zij beaamt dat de sociale cohesie in Beltrum heel goed is. “Iedereen doet wel vrijwilligerswerk en zit bij een of meerdere verenigingen. En dat maakt juist dat mensen terugkomen naar Beltrum.” Lissa is vrijwilliger bij Meldpunt Beltrum, een platform waarbij je mededorpsbewoners helpt met kleine klussen. “Ik heb een auto, ik zou boodschappen kunnen gaan doen met mensen of ze naar het ziekenhuis brengen als ik een middag vrij ben.” Het Meldpunt Beltrum heeft dertig vrijwilligers. “Dat is toch prachtig?”, zegt Leo trots. “Mijn vrouw helpt bijvoorbeeld een ouder stel overweg te kunnen met de computer. Het is mooi dat je zoiets voor een mede dorpsbewoner kunt doen.”

Als je Beltrum binnenrijdt, zie aan de rechterkant de enige supermarkt dat het dorp telt, de Coop. Als je de Kampstraat nog tweehonderd meter volgt, kom je uit bij het Mariaplein waar onder andere het Kulturhus van het dorp gevestigd is. In het Kulturhus wordt vergaderd, er worden EHBO-lessen gegeven en mensen komen er samen om te dammen. Het is volgens de dorpsbewoners het kloppende hart van Beltrum. Tegenover het Mariaplein stijgt de Rooms-Katholieke kerk van Beltrum boven alle gebouwen van het dorp uit. En als er een feest is in Beltrum wordt dat gevierd in Zalencentrum Dute of in Restaurant Spilman. Ook heeft Beltrum een rijk verenigingsleven. Met onder meer een voetbalvereniging, een handbalvereniging en een tafeltennisvereniging. Zij spelen allen onder de naam ‘VIOS’ wat ‘Vooruit Is Ons Streven’ betekent. De slogan past precies bij de materie waar het dorp en de rest van de regio nu mee te maken heeft: krimp.

Demografische ontwikkelingen
Heleen Huiskamp, programmamanager demografie van de gemeente Berkelland, schetst in haar rapport Demografische Ontwikkelingen, Achterhoek 2010 – 2040 dat het inwonersaantal in Nederland vanaf 2040 naar alle waarschijnlijkheid zal afnemen. Ondanks dat deze trend zich naar alle waarschijnlijkheid pas vanaf 2040 gaat ontwikkelen, zal in de komende twintig jaar meer dan de helft van de Nederlandse gemeente te maken krijgen met teruglopende bevolkingsaantallen. De drie belangrijkste Grafiek inwonersaantal Berkelland.pngkrimpgebieden van Nederland zijn Parkstad Limburg en Noordoost-Groningen met een krimp van vijftien procent en Zeeuws-Vlaanderen dat zal zien dat haar inwonersaantal met tien procent zal dalen.

Ook de Achterhoek hoort thuis in het rijtje van meest krimpende gebieden. De regio zal namelijk te maken krijgen met een inwonersdaling van acht procent. In 2010 woonden er in de Achterhoek een kleine driehonderdduizend inwoners. De prognose is dat het inwonersaantal in de Achterhoek zal dalen tot ruim 274.000. De gemeente Berkelland zal dezelfde dalende lijn laten zien; het gebied zal zesduizend inwoners verliezen tot 2040. Vorig jaar telde Berkelland 44.400 inwoners.

Liefde voor Beltrum
Leo Te Woerd werd in 1950 geboren in Beltrum op een boerderij net iets buiten het dorp. Hij groeide op met 13 broers en zussen. Vier van hen bleven plakken in Beltrum, de rest is uitgevlogen naar alle uithoeken van Nederland. Leo is inmiddels verhuisd naar de kern van het dorp. Hij woont met zijn vrouw Lucie in een vrijstaand huis aan de Dorpsstraat. Van binnen is alles heel strak geordend en de vloer van de benedenverdieping is bedekt met gemêleerde crèmekleurige tegels. Ondanks de strakheid die binnen de muren van het huis aanwezig is, doet de riante woning van buiten aan als een sfeervol huis.

Als Leo de koffiepot aanzet glimlacht hij en begint over de grote liefde voor zijn dorp. “Ik ben gehecht aan Beltrum. Ik heb altijd gevoetbald bij VIOS en ben twaalf jaar voorzitter geweest van de Raad van Overleg”, straalt hij. De Raad van Overleg is een tussenweg tussen de gemeente Berkelland en de bewoners van het dorp. Als de gemeente een plan heeft voor het dorp, wordt er eerst overleg gepleegd met de leden van de Raad in Beltrum. Zo kunnen de leden de plannen mededelen aan de burgers en zouden de plannen tegengehouden kunnen worden als een merendeel van het dorp het er niet mee eens is.

Lissa Pape werkt bij de gemeente Oost-Gelre als beleidsmedewerker op het gebied van jeugdzorg. Ze studeerde ruimtelijke ordening en planologie op het Saxion in Deventer. Lissa groeide op in Voor-Beltrum, het buitengebied van Beltrum. “Ik ben altijd naar school gegaan in Groenlo omdat dat voor mij dichterbij was dan Beltrum,” blikt ze terug. Ze woont nu samen met haar vriend Jochem in een twee onder één kap huis, een paar kilometer van het centrum van Beltrum af. Van de buitenkant doet het huis ouderwets aan, maar als je het huis binnenloopt zie je direct at het bewoond wordt door moderne twintigers.

“Mijn vriend wilde op kamers in Beltrum”

Lissa heeft ook een aantal jaren in de kern van het dorp gewoond. Terwijl ze een slok van haar dampende rooibosthee neemt, vertelt ze dat het een initiatief was van haar vriend: “Jochem kwam terug uit Leeuwarden om zijn laatste stage hier in de buurt te lopen en stelde dat hij op kamers wilde gaan wonen in het dorp. Hij was van plan eigenaren van huizen die te koop stonden in Beltrum te bellen, om te vragen of hij het huis mocht huren totdat het verkocht was.” Toevallig was de eerste persoon die Jochem belde de oom van Lissa, die net zijn huis te koop had gezet. In een half uur had het jonge stel een huis in het centrum van Beltrum. “Na drie jaar werd het huis verkocht en zijn wij hier naartoe verhuisd. Het huis is echter niet van onszelf want dat is niet te betalen voor ons als starters.”

Hoeveel Lissa en Leo ook van Beltrum houden, ook zij zien dat de leefbaarheid van het dorp er niet op vooruit gaat. Wethouder Patricia Hoytink-Roubos zet zich in voor de leefbaarheid van de kernen van Berkelland. “Voor de hele regio Achterhoek zijn er eigenlijk drie belangrijke pijlers: wonen, werken en de bereikbaarheid.” Bij het begrip bereikbaarheid moet niet alleen gedacht worden aan de letterlijke betekenis van het woord, ook glasvezel in het buitengebied en een goede mobiele bereikbaarheid in de gemeente zijn belangrijke punten waaraan gewerkt wordt. “De directe bereikbaarheid van de regio wordt vergroot door de nieuwe N18. Die nieuwe rondweg zal komen te lopen van Varsseveld tot aan Enschede, door onze gemeente”, schetst de wethouder.

20161220_104438.jpg

Heleen Huiskamp, stelt dat je ook moet laten zien dat er mooie bedrijven zijn in de regio. “Mensen zullen het niet weten, maar er zijn veel internationale bedrijven gevestigd in deze regio. Denk dan bijvoorbeeld aan Friesland Campina dat net een nieuwe fabriek heeft geopend in Borculo,” aldus Heleen. Maar deze bedrijven moeten zich wel laten zien aan de jongeren uit de streek. Om de bedrijven te helpen is in 2013 de Achterhoekse Talententuin gestart. “Dit is een dag waarop bedrijven en jongeren elkaar ontmoeten, zodat de bedrijven aan de jongeren kunnen laten zien wat zij hen te bieden hebben,” vertelt Patricia over de dag die gehouden wordt in de DRU-cultuurfabriek in Ulft. Wat volgens Patricia ook niet vergeten moet worden is, dat je in de Achterhoek een mooi huis hebt voor een relatief klein bedrag. In de stad heb je voor hetzelfde geld minder ruimte. “En het is hier ook nog eens prachtig om te wonen. Ik heb soms gewoon een eekhoorn in de tuin lopen, dat is toch prachtig?”, straalt de wethouder.

Burgerparticipatie
In 2014 is er een collegeakkoord gekomen in de gemeente Berkelland dat ‘veranderende samenleving, vernieuwd bestuur’ heet. “De kern van dit akkoord is dat de verbinding wordt gezocht met de burger. Dat je niet boven de inwoners staat en oplossingen bedenkt voor de problemen, maar dat je naast hen gaat staan en vraagt hoe zij er tegenaan kijken en hoe zij het graag opgelost zouden zien”, legt Patricia uit. “Ik vind het erg achterhaald dat wij op het gemeentehuis altijd de beste oplossingen hebben.” Als gevolg van deze meer betrokken rol van de gemeente, is de pilot woonbehoefte in Beltrum ontstaan.

“De huidige woningmarkt in ons dorp is niet passend voor de samenleving,” stelt Leo te Woerd. Leo ziet dat er te weinig betaalbare woningen voor jongeren en ouderen zijn. Volgens hem vertrekken de jongeren daarom uit het dorp. Echter vertrekken de ouderen ook, naar dorpen in de directe omgeving van Beltrum. Leo had daarom het idee om in de leegstaande school in het dorp negen ouderenappartementen te vestigen. “Met de tekening zijn de ouderen van de Raad van Overleg in november 2015 naar de gemeente gegaan, maar de gemeente wilde graag zekerheid hebben dat er mensen gingen wonen. Het moest bijna zo concreet zijn dat de nieuwe bewoners de handtekening al zouden zetten.”

“Ik vind het achterhaald dat wij op het gemeentehuis de beste oplossingen hebben”

Leo zat viermaal om tafel met een aantal mensen van de gemeente, waaronder wethouder Patricia Hoytink-Roubos. De plannen werden niet doorgevoerd. “In februari kreeg ik bezoek van de jongeren van de Raad van Overleg van Beltrum. Zij vroegen mij starterswoningen te bouwen in het dorp”, aldus de wethouder. Er was een enquête gehouden onder 65 jongeren in het dorp die zeiden graag in Beltrum te willen blijven wonen, maar geen geschikte woning konden vinden. Patricia besloot met de zeven overige Achterhoekse gemeentes en de provincie in overleg te gaan over deze kwestie. Als oplossing kwamen ze uit bij een pilot van een jaar waarin de huizenmarkt van Beltrum onder de loep wordt genomen. De bewoners gaan met elkaar in gesprek over de zogenoemde ‘bestaande woningvoorraad’, alle huizen die in Beltrum staan, en de wensen die zij hebben met betrekking tot wonen in het dorp. De gemeente bepaalt hoeveel huizen er in elk dorp bijgebouwd mogen worden in een bepaalde tijd. Voor Beltrum geldt dat er vier woningen gebouwd zouden mogen worden in de aankomende tien jaar.

De jongeren zijn aan het eind van februari met elkaar in gesprek gegaan over hun behoeften wat betreft wonen in het dorp. Het resultaat van deze bijeenkomst is de bouw van tien woningen op een voormalig bedrijventerrein in Beltrum, het zogeheten CPO-traject (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap). Aan het begin van 2018 zouden deze woningen klaar moeten zijn. “Dit is het tweede CPO-traject dat gerealiseerd gaat worden”, weet Lissa Pape. “Het eerste traject heeft vier huizen opgeleverd op datzelfde terrein. Die worden nu al bewoond.” Echter ziet het er nogal treurig uit met maar vier huizen op een terrein waar plek is voor 23 huizen.

20161220_110734
Het Kulturhus in Beltrum

Deze veertien huizen die op het voormalige bedrijventerrein gebouwd worden zijn echter nog niet genoeg voor het 3000 inwoners tellende dorp. Ilse Heemskerk van de Vereniging Nederlandse Gemeenten laat weten dat dit probleem landelijk is. “Je ziet dat tijdens de crisis te weinig aandacht is geweest voor de huizenmarkt en dan vooral op het gebied van de middeldure koopwoningen.” Er zijn te weinig koopwoningen van twee ton bijgebouwd tijdens de recessie, de huizen die aantrekkelijk zijn voor starters. Ilse stelt dat de woningmarkt op slot zit: “Echter is het niet zo dat de woningmarkt op het platteland meer op slot zit dan die in de stad.” De woningmarkt is niet flexibel genoeg en er zijn niet genoeg sociale huurwoningen. Ook in Beltrum zit de woningmarkt op slot. Er zijn niet genoeg seniorenwoningen en dat zorgt ervoor dat er geen doorstroming is in het dorp. Mede daardoor zijn er ook onvoldoende starterswoningen in het dorp.

Ouderen of starters?
Voor de jongeren heeft de gemeente een starterssubsidie beschikbaar gesteld. Deze subsidie geldt alleen voor de bestaande woningbouw, dus niet voor nieuwbouwwoningen. “Het zou toch zonde zijn dat de jongeren die geen huis kunnen vinden alleen om die reden naar Groenlo verhuizen?”, stelt Lissa verbaasd. Ook stelt ze dat de mensen die hun woning te koop hebben staan in het dorp, het te koop hebben staan met de gedachte: als ik het verkoop, verkoop ik het; zo niet, dan niet. “Ze zakken niet met de prijs.” Leo denkt dat het vooral te maken heeft met het feit dat de mensen die hun huis te koop hebben staan zeventigplussers zijn en op zich nog prima in hun woning wonen, maar wel naar de toekomst kijken: “Deze ouderen wonen hypotheekvrij en wonen nog heerlijk in hun huis. Ze slapen nog boven en er lijkt niks aan de hand. Zij beginnen echter te denken aan later: Wat ga ik doen? Blijf ik hier wonen en ga ik mijn huis aanpassen aan de komende ouderdom of ga ik verhuizen naar een ouderenwoning?”

Beltrum staat dus voor een dilemma: Er zijn meer ouderen- en starterswoningen nodig in het dorp. Iemand die moet gaan helpen met het structureren van dit dilemma is Theo Adema, architect van architectenbureau KAW uit Groningen. “Toen ik voor het eerst in Beltrum kwam dacht ik: Wat is dit een prachtig dorpje. Wat is hier aan de hand? Zo ziet krimp er hier niet uit? Ik zie heel andere dingen als ik door Oost-Groningen rijd, dat ook te kampen heeft met krimp”, aldus een verwonderde Theo. Om verpaupering van de streek te voorkomen, wordt daarom nu ook opgetreden tegen de bewonersdaling. “We zien dat het gebied te maken krijgt met een bewonerskrimp. We kunnen niet afwachten en niks doen”, blikt Lissa vooruit. Zij weet in ieder geval dat ze niet weg wil uit Beltrum:“Ik weet alleen niet of we in dit huis blijven wonen of dat we gaan verhuizen op langere termijn. Maar buitenaf wonen blijft mijn grote wens.”

20161220_104431.jpg

Samen met de bewoners van Beltrum hoopt Theo de woningvoorraad van het dorp beter passend te maken bij de bewoners. Het grote gevaar: De huishoudenskrimp over tien tot vijftien jaar. 27 procent van de inwoners van de kern van Beltrum en 23 procent van de inwoners van het buitengebied van het dorp is zeventigplusser. “Dit betekent dat deze mensen over tien tot vijftien jaar naar alle waarschijnlijkheid naar een bejaardentehuis gaan”, stelt Theo. Als dit gebeurt komen er 214 huizen vrij tot 2030. Dan is het niet reëel om nu veel huizen bij te bouwen in het dorp.

27 procent van de inwoners van de kern van Beltrum is zeventigplusser.

Oplossingsgericht zoeken
De bestaande woningvoorraad staat dus centraal in het komende jaar. Om te onderzoeken in hoeverre deze passend is, is eerst data verzameld van alle huishoudens in Beltrum. Dan moet je denken aan informatie als: het energieverbruik, de leeftijd van de hoofdbewoner, het bouwjaar, het woningtype, de WOZ-waarde en het woonoppervlak van elk afzonderlijk huis in het dorp. “Nu dat verzameld is, is het zaak dat we te weten komen wat de behoeften zijn van de bewoners van het dorp”, bekijkt Theo de situatie. Hij voerde al gesprekken met de mensen die een goede kijk hebben op het dorp.

Hij sprak onder andere met Marie-José Koster, de directrice van Basisschool de Sterrenboog, de laatste basisschool in Beltrum. Door de krimp zijn zes lokalen van de school overbodig geworden en zijn er nog negen lokalen in gebruik. ”De krimp is er langzaam ingeslopen, maar de laatste jaren gaat het toch behoorlijk snel. Volgend jaar hebben we hetzelfde aantal groepen, het jaar erna krimpen we nog meer.” Het is volgens de directrice echter niet mogelijk om nog meer kinderen te werven voor haar basisschool. “Het percentage kinderen uit Beltrum die hier op school zitten is nu al bijna honderd procent.” Het enige wat nog te proberen valt volgens haar, is kinderen uit Voor-Beltrum die in Groenlo naar school gaan, naar de Sterrenboog te halen. 20161220_104447 (2).jpgEr is vanuit het dorp een idee naar boven gekomen om de leegstaande lokalen van de basisschool om te toveren naar woningen. “Die plannen zijn nog in de beginfase. We verhuren de lokalen nu aan onder andere de EHBO”, laat de oplossingsgerichte Marie-José weten. Echter kost dit de school erg veel geld en wil ze graag van het leegstaande deel van de school af.

Theo komt door de gesprekken veel te weten over het wel en wee in het dorp. “Als ik mensen spreek beginnen ze eigenlijk meteen over hun eigen woonsituatie.” Er zijn volgens hem drie scenario’s: Mensen wonen prima waar ze nu wonen en deze mensen hebben geen wensen op korte termijn, ofwel mensen wonen prima waar ze nu wonen maar worden ouder en zij zouden hun woning graag aanpassen aan de ouderdom en er zijn mensen die graag willen verhuizen. “En dan moet er gekeken worden of deze wens te verwezenlijken is in het dorp”, stelt Theo. Leo te Woerd stelt dat de meeste mensen in het dorp nu nog wel goed wonen. “Ik denk dat dat vooral komt omdat er niks op de markt is.” Wanneer er een interessante huurwoning vrijkomt in het dorp, moet je er als geïnteresseerde snel bij zijn, anders is de woning weg. Maar deze mensen zitten nog met een eigen huis. “Die raak je niet in een week kwijt.”

Woonplein
Theo Adema stelt dat er naar al deze aspecten gekeken moet worden als blijkt dat er mensen met wensen zijn. “Er moet gekeken worden of er wellicht een soort woningruil op gang kan komen in Beltrum.” Hij denkt dat het waardevol is voor het dorp om een soort Woonplein te creëren. Dat wanneer je een woonwens hebt, deze op een plek terechtkomt waar je naar toe kunt gaan om te kijken of er een huis is dat aan jouw wensen voldoet. “Dat mensen bij wijze van spreken ook van tevoren kunnen zeggen dat hun woning over een week op de markt komt en of er geïnteresseerden zijn vanuit het dorp om de woning te kopen”, blikt Theo vooruit op de plannen. Als je dat goed wilt aanpakken, moet je ergens beginnen met rouleren. Volgens Leo zou het daarom ook goed zijn om seniorenwoningen te bouwen, zodat je wat ruimte creëert op de woningmarkt. “En dan is het zaak om de jeugd te benaderen op het woonplein over de woningen van ouderen die te koop komen te staan. Een soort voorverkoop onder de Beltrummenaren.”

“Een voorverkoop op de woningmarkt onder de Beltrummenaren”

Maar dat is alweer een stapje verder dan dat ze nu in het proces zijn. Halverwege januari wordt de enquête onder de burgers van Beltrum uitgezet en is het de bedoeling dat zij deze binnen twee weken ingevuld retourneren. “De enquête moet de aanleiding zijn om met ‘de gewone burger’ van Beltrum in gesprek te gaan over hun concrete wensen”, legt Theo uit. Is er inderdaad een woningruil te realiseren in het dorp en is de bestaande woningvoorraad dan passend? Of moeten er senioren- of starterswoningen gerealiseerd worden in het dorp?

In eerste instantie is het dus niet de bedoeling dat er bijgebouwd gaat worden in Beltrum. De wethouder stelt echter dat het wel mogelijk is in het dorp. “Het maakt mij niet uit wat voor type woningen het worden, als de burgers van het dorp het in meerderheid eens zijn over de behoeften die er zijn met betrekking tot woningbouw, wil ik ervoor proberen te zorgen dat het gerealiseerd kan worden. De pilot moet uitwijzen wat er nodig is in het dorp”, constateert Patricia.

20161220_124654
De rooms-katholieke kerk in Beltrum

Toekomst
Lissa denkt dat er de komende vijf jaar in Beltrum nog voldoende vraag is naar woningen. “Daarna zal het naar alle waarschijnlijkheid afnemen, dat weten we nu al. Er is zoveel vergrijzing en de jongeren trekken weg uit het dorp.” Ze stelt dat er wellicht woningen in basisschool de Sterrenboog gebouwd zullen worden. Volgens haar moet je namelijk in tijdelijkheid denken. “Ik zou niet zeggen: ‘We moeten bijbouwen!’ Dan moet je over een paar jaar gaan slopen. “Het meest geschikte eindresultaat van de pilot zou volgens Lissa daarom ook een woningruil moeten zijn, zodat je bijbouwen vermijdt.

Leo denkt echter dat er uit de pilot naar voren zal komen dat er seniorenwoningen bijgebouwd moeten gaan worden. “Ouderenwoningen waarbij mensen onder één dak wonen, een gezamenlijke woonkamer hebben zodat ze met elkaar kunnen ontspannen en spelletjes kunnen spelen.” De gemeente zegt nu tegen de ouderen die behoefte hebben aan een ouderenwoning: Maak je woonruimte kleiner, maak je slaapkamer beneden zodat je niet meer elke keer naar boven hoeft. “Maar, daar wordt het huis niet kleiner van”, zegt Leo stellig.

“Het is bekend dat vijftig procent van de dorpsbewoners elders haar boodschappen doet, dat is te veel.”

Leo stelt dat de dorpelingen ook beter hun best moeten gaan doen voor het dorp zelf. In tegenstelling tot kernen als Haarlo en Geesteren heeft Beltrum veel voorzieningen. Het is de grootste kleine kern van de gemeente. ”Het is bekend dat vijftig procent van de dorpsbewoners haar boodschappen elders doet dan bij de supermarkt in het dorp. Dat is voor een supermarkt in een kleine kern gewoon te veel.” Leo stelt dat de Beltrummenaren aan hun eigen faciliteiten moeten denken. Als de supermarkt verloren zou gaan, wordt het sociale leven in Beltrum volgens hem minder. De leefbaarheid van het dorp wordt dan aangetast. “Want het is niet zo dat we met het pilot alleen maar bezig zijn met: Hoe kunnen we een huisjeswissel realiseren?” Er wordt ook gekeken hoe Beltrum beter geprofileerd kan worden, zodat het dorp voor de dorpelingen en buitenstaanders aantrekkelijker wordt. Lissa beaamt dat: “Ik zou echt geen advertenties gaan plaatsen: Ga allemaal in Beltrum wonen want het wonen is daar zo mooi! Echter kunnen we wel proberen om het dorp zo leuk en levendig mogelijk te houden.”

De streek waar ik zoveel van houd

Ik ben geboren op 12 juni 1996, in Doetinchem. Dat maakt mij een geboren Achterhoeker. Ook ben ik getogen in the Back Corner, in het pittoreske dorpje Hengelo. De liefde voor de streek werd er met de paplepel ingegoten. De mooie natuur leerde ik bijvoorbeeld kennen toen ik drie jaar oud was en voor het eerst zonder zijwieltjes leerde fietsen. Op een landweggetje net buiten het dorp werd ik op mijn fietsje gezet en moest ik het doen zonder hulp van mijn twee ronde supporters. Ik vond die fiets net iets minder interessant dan de mooie bloemen die in de berm groeiden. Ik had nog geen meter gefietst, legde mijn fietsje neer en rende naar een rode klaproos en ging er op mijn hurken zitten om de bloem eens goed te bekijken.

Dat was zo’n zeventien jaar geleden. Nu weet ik mijn omgeving pas echt te waarderen. Het maakt niet uit hoe laat ik ’s ochtends naar de bushalte ga om naar de grote stad Zwolle te gaan, ik groet minimaal twee dorpsgenoten in de kilometer die ik moet fietsen. Wanneer ik dan bij de bushalte aankom, sta ik stiekem te glunderen. Ik geniet intens van de manier van hoe we hier in Hengelo, en in de rest van de Achterhoek, met elkaar omgaan. Ook kom je bijvoorbeeld de supermarkt niet door zonder een gesprek van minimaal vijf minuten met twee verschillende mensen te hebben gehad. Tevens kennen alle caissières jou en jij kent de caissières. Je gaat de winkel niet uit zonder aan een van hen te vertellen hoe het met jouw net nieuw gekochte auto is. Want ja, zij wisten als een van de eerste dat je een nieuwe bolide hebt.

In de toekomst wordt verwacht dat steeds meer jongeren vertrekken uit de streek waar ik zoveel veel van houd. De prognose is, dat de Achterhoek 8,2% van haar bevolking zal verliezen tot 2040. Van de 300.000 mensen die in 2010 in deze streek woonden, blijven er nog ruim 274.000 over. Het lijkt om een kleine groep te gaan die vertrekt, maar het vertrekkende aantal is 6 keer het aantal inwoners van Hengelo, dat 4.595 inwoners telt. De groep die hierin vooroploopt zijn de jongeren. Hogescholen en universiteiten zijn gevestigd in het westen. Banen liggen voor het grijpen in het westen. De toekomst van de jongeren ligt in het westen. Mijn toekomst ligt in het westen. Maar, daar wil ik nu nog niks van weten. Tot die tijd zal ik nog vrolijk worden van het groeten van mijn dorpsgenoten als ik naar de bushalte fiets en het praten met de caissière in de supermarkt, die altijd alles weet.

De streek waar ik zoveel van houd schreef ik voor URB.nieuws

Matig NCK voor Vierakker-Wichmond

Ondanks een gemiddelde snelheid van bijna 46 kilometer per uur, is wielerclub RTV Vierakker – Wichmond niet tevreden met hun prestatie op het NCK in Dronten. Het zeskoppige team finishte na een omloop van 52 kilometer in een tijd van 1:07:56.

De start verliep soepel, en nadat ze Dronten uit fietsten liep het tempo meteen op. 48 Kilometer per uur werd er op een gegeven moment gemeten in de ploegleiderswagen. Na negen kilometer kon Tom Krajenbrink het tempo, dat werd opgevoerd door Rens te Stroet, niet meer bijbenen en hij moest eraf.

Te Stroet, die het meeste kopwerk verrichte, liet de rest van het team lijden in zijn wiel. Nadat de renners de dijk in Dronten waren opgedraaid, na ongeveer zeventien kilometer, kwam Valerius den Herder op drie meter van de andere vier zitten en kon het gat niet meer dichten. Ook hij moest eraf. De vier mannen die samen naar de finish moesten rijden, waren al bekend voordat de helft van de tijdrit erop zat. Rens te Stroet, Koen Jansen, Martijn Versteege en Peter Makkink moesten het zien uit te houden tot de finish.

whatsapp-image-2016-10-10-at-19-02-21

Verderop op de dijk, kreeg Jansen het even moeilijk. Ondanks dat de renners de wind mee hadden, was het tempo dat Te Stroet oplegde te hoog voor Jansen. Na een paar minuten wist de man uit Baak, voor wie dit het eerste NCK was, zich goed te herstellen. Na afloop stelt hij ,,dat hij in de laatste kilometers nog wel wat wilde en kon laten zien.”

In de laatste vijf kilometers was het vat leeg voor Makkink, de veteraan van het kwartet kon niet meer op kop komen. ,,Het was gewoon echt op, ik kon niet meer. Mijn hamstring speelde op,” stelt Makkink. Maar, hij moest door. Want, wanneer de vierde man van een club over de finish komt, stopt de tijd. Makkink is verder erg tevreden over zijn optreden op het NCK: ,,Ik reed goed. Ik kon niet beter vandaag.”

Te Stroet was niet erg tevreden over de tijdrit die er gereden werd: ,,Ik weet dat ik harder kan. Maar weet dan dat ik niemand meer in mijn wiel heb zitten. Volgend jaar hebben we weer een kans.”

Geschreven voor: Contact Midden en Noord Bronckhorst.

Aan de overkant van het kanaal

cameraHet afgelopen halve jaar van mijn studie heb ik doorgebracht in Engeland. In Hastings om precies te zijn. Aan Brighton University volgde ik de vakken Television Journalism en Documentary production. Ik heb ontzettend veel geleerd en heb mijn liefde voor televisiejournalistiek ontdekt. Dit komt mede door het enthousiasme van mijn lerares en mijn medestudenten.

Bij het vak Television Journalism maakten we elke donderdag en vrijdag ons eigen programma: Brighton Broadcaster News. Om 9 uur startte de vergadering en om 4 uur was de uitzending van ons nieuwsprogramma. Het is heel leerzaam om dit hele proces structureel te doen.

Local Elections in Hastings

Op 5 mei waren de “Local Elections” in Engeland. Dat kun je vergelijken met de gemeenteraadsverkiezingen in Nederland. Samen met de studiegenoot woonde ik de uitslag van deze verkiezingen bij, tot diep in de nacht. Voor onze uitzending maakten wij het onderstaande item. Daarnaast mocht ik live in de studio vertellen over de verschillen tussen Nederland en Engeland op het gebied van de locale verkiezingen.

Friday 13th

Tijdens onze laatste “Newsday” mochten we naast serieuze items, ook entertainment aanleveren voor onze uitzending. Als beloning voor het harde werk. Toevallig was onze laatste uitzending op vrijdag de dertiende. Samen met een klasgenoot maakte ik onderstaand item over deze pechdag. We vroegen de lokale bevolking van Hastings of zij bang zijn voor vrijdag de dertiende. Natuurlijk is het een item met een knipoog.

 

Onmacht

Wat 9/11 voor Amerika was, is dertien november 2015 voor Frankrijk en de rest van Europa. ,,Weet jij nog waar je was op 13 november 2015?”, zal een vraag zijn die wellicht nog meer dan eens zal vallen in de Europese samenleving.

Ik was thuis. Ik lag om half elf in bed, nog wat op Twitter te kijken. Natuurlijk had ik al gehoord dat er ‘iets aan de hand was in Parijs’. Maar toen ik Twitter checkte, wist ik dat het helemaal mis was. Ik kon niet gaan slapen. De journalist in mij stond op. Ik moest weten wat er precies gaande was in de stad der liefde.

Ik liep de trap af naar de woonkamer waar mijn vader intussen al met verbijstering naar de televisie zat te kijken. Ik keek met hem mee en voelde de angst van de Parijsenaren. Ik voelde de onmacht, de afschuw en het verdriet. De stad der liefde veranderde in de stad der terreur.

Normaal gesproken heb ik altijd mijn woordje klaar. Maar op dat moment was ik stil en kon ik alleen maar met grote ogen naar de tv kijken. Verbijsterd, aangeslagen en bomvol vragen. Waarom Parijs? Waarom deze onschuldige mensen? Wanneer is Nederland aan de beurt? Hoe vaak zal dit nog gaan gebeuren in Europa in de aankomende maanden? In wat voor wrede wereld leef ik?

Vandaag was ik weer stil. Om twaalf uur. Eén minuut lang. Om nog eens te beseffen wat er allemaal gebeurd is in Parijs afgelopen vrijdag. Die minuut duurde veel te kort. Veel te kort om mijn gedachten over de aanslagen op een rijtje te zetten. Veel te kort om na te denken over alle doden die er zijn gevallen. Maar, vooral duurde die minuut veel te kort om te kunnen overdenken hoe de wereld van tegenwoordig in elkaar zit.

 

De Lijst der Lijsten

Het is bijna december. Dat betekent dat het alweer bijna tijd is voor de Radio 2 Top 2000. We mogen alweer bijna stemmen voor de Lijst der Lijsten. Ik ben dol op de lijst met liedjes die aftelt naar het nieuwe jaar. Het stemmen voor de Top 2000 is echter een hels karwei.

Vijftien liedjes kiezen. Vijf vrije keuzes. Wat zijn mijn favoriete vijftien liedjes? Twee liedjes staan altijd op mijn ‘kies’ lijst: More Than Words van Extreme omdat het me gewoonweg altijd een flinke dosis kippenvel bezorgd, en You’re The Voice van John Farnham omdat dat lied me juist altijd een flinke kick geeft. Het laat me springen, joelen en dansen.

Wat ook altijd zeker is dat er een lied van Ed Sheeran in mijn lijst staat. Wat echter niet zeker is, is van welk album het lied komt. Ofwel van zijn debuutalbum  ‘+’ of zijn tweede (en tot nu toe laatste) album ‘x’. Op beide albums staan zoveel mooie liedjes dat het zo moeilijk is om er één uit te kiezen. Maar ik dwing mezelf om het wel te doen want, er zijn nog zoveel andere artiesten die een plekje in mijn lijst verdienen.

Na het kiezen van het liedje van Ed Sheeran begint de worsteling. Ga ik voor Bohemian Rhapsody, omdat ik vind dat het lied op 1 hoort te staan in de Top 2000? Ga ik voor The Scientist van Coldplay omdat ik het zo mooi vind of ga ik voor Viva La Vida omdat het zo’n raar (dus leuk) lied is? Zal ik Stromae met Formidable in mijn lijst zetten omdat ik het een steengoed nummer vind of vind ik het zonde omdat ik dan weer een plekje in mijn lijst heb gevuld? Zet ik ABBA in mijn lijst omdat ik de liedjes zonder moeite meezing in de film Mamma Mia? En zal ik eens gek doen en een Nederlands liedje in mijn lijst zetten? Liefs Uit Londen van BLØF bijvoorbeeld, omdat Londen voor mij de stad der steden is? Zet ik de Backstreet Boys in mijn lijst omdat ik Nick Carter een zeer knappe man vind en ik hun laatste album heel erg waardeer? En zal ik Van Velzen met Burn in mijn lijst opnemen omdat het me doet denken aan de twee concerten van hem die ik heb bezocht en het een waanzinnig mooi lied is?

Wanneer ik de vijftien liedjes (met moeite) heb gekozen, is het tijd voor mijn vijf vrije keuzes. Mr. President van P!nk is altijd een vast onderdeel van het vrije gedeelte van mijn lijst. Ik vind dat het lied thuis hoort in de Top 2000. Kennelijk denkt de rest van Nederland daar anders over. Nieuw bij mijn vrije keuzes dit jaar zal Hello van Adele zijn. Zij hoeft altijd maar één noot te zingen of ik heb al kippenvel. Het maakt echt niet uit wat ze zingt, het is prachtig.

Het enige wat zeker is bij het maken van de lijst met in totaal twintig liedjes is: dat ik altijd makkelijk uit kom op twintig liedjes. En ik heb nog een zekerheidje voor deze editie van de Top 2000. Dit jaar zal Billy Joël namelijk voor het eerst in mijn lijst worden opgenomen met Goodnight Saigon. Verder houd ik alle opties open.